Rapportageperiode: 1 juni 2025 tot en met 31 mei 2026
Projectnummer DEI124033
Publicatiedatum 25 juni 2026
Uitgevende partij We Drive Solar Electronic Controllers B.V., namens het ZEC-consortium
Publiecatie https://www.zeroemissiecorridor.com
Financiering DEI+ en EFRO Kansen voor West III
Uitgangspunten, doel en samenwerking
Zero Emissie Corridor (ZEC) helpt logistieke bedrijven om over te stappen op elektrisch vrachtvervoer, ook op locaties waar het elektriciteitsnet weinig ruimte biedt. Het project verbindt laadpunten, zonnepanelen, batterijen en de planning van vrachtwagens in één slim energiesysteem. Zo kan beschikbare stroom beter worden verdeeld en kunnen voertuigen laden op momenten waarop dat technisch, logistiek en financieel het beste past.
De oplossingen worden ontwikkeld en getest bij Royal FloraHolland, Schiphol, transportbedrijven en bedrijventerreinen. Bedrijven, kennisinstellingen, technologieontwikkelaars en gebiedsorganisaties werken samen aan een aanpak die later ook op andere logistieke locaties kan worden toegepast.
Behaalde resultaten per mijlpaal
Mijlpaal 1 – deelsystemen en pilotlocaties
Bij Van der Slot zijn de locaties Naaldwijk en Rijnsburg ingericht als één proefomgeving. Tussen beide locaties rijden op korte termijn dagelijks elektrische vrachtwagens. Hierdoor kan worden onderzocht hoe ritten, laadmomenten en energiegebruik over meerdere locaties binnen dezelfde logistieke keten op elkaar kunnen worden afgestemd. Bij R. Nagel zijn drie proefopstellingen met zonnepanelen op voertuigen en trailers gerealiseerd.
De Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Rotterdam hebben de Laadscan en het Dashboard Bedrijventerreinen verder ontwikkeld. De Laadscan laat zien welke ritten elektrisch uitvoerbaar zijn en hoeveel laadvermogen nodig is. Het dashboard combineert deze laadvraag met het energiegebruik van gebouwen, zonnepanelen, batterijen en de beschikbare netaansluiting. Meer informatie: https://youtu.be/v3i0EoSPQFI?si=2MaXyJq4WUI9HkdA
Voor de mainports Royal FloraHolland en Schiphol onderzoekt TNO de impact van de transitie naar elektrisch transport. De analyse richt zich op de samenhang tussen gebouwgebonden verduurzaming, lokale opwek, netcongestie en de toenemende energievraag vanuit elektrisch zwaar transport. Daarnaast vindt periodiek strategisch en operationeel overleg plaats met Liander over de ontwikkeling van de energievraag, beschikbare netcapaciteit en flexibiliteitsopties voor de locaties.
Mijlpaal 2 – systeemintegratie
Ortec ontwikkelt een systeem dat ritten vertaalt naar de benodigde energie en laadmomenten per voertuig. Grid.com ontwikkelt het energiemanagementsysteem dat bepaalt hoeveel vermogen op een bepaald moment beschikbaar is. We Drive Solar ontwikkelt de controller en DC-laadoplossing die deze planning veilig uitvoert.
We Drive Solar bouwt daarbij voort op ervaring met een bestaand AC-laadplatform. De nieuwe DC-architectuur bestaat uit een centrale controller voor communicatie en koppelingen met andere systemen, aangevuld met aparte veiligheidscontrollers per laadpunt. Dit maakt zowel oplossingen met twee aansluitingen als grotere systemen met meerdere laadpunten mogelijk. Communicatieprotocollen zoals OCPP en ISO 15118-20 worden voor DC-laden opnieuw getest met verschillende voertuigen en softwaresystemen.
Door de hogere vermogens van DC-laden zijn aanvullende ontwikkelingen nodig voor warmteafvoer, vermogenselektronica, elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid. De volgende stap is het koppelen en testen van ritplanning, energiemanagement, controller en laadapparatuur op de verschillende proeflocaties.
Mijlpaal 3 – testen en opschalen
In de volgende fase worden de gekoppelde systemen langdurig in de praktijk getest op de verschillende pilt locaties binnen de mainports. Daarbij wordt gekeken naar technische betrouwbaarheid, gebruiksgemak, effecten op piekbelasting en netcapaciteit en de economische prestaties. De uitkomsten worden vertaald naar praktische blauwdrukken voor andere logistieke locaties en bedrijventerreinen.
Knelpunten en vervolgstappen
De transitie naar elektrisch zwaar transport verloopt sneller dan bij de start van het project werd voorzien. Daardoor moeten de ontwikkelde systemen worden getest met grotere wagenparken, hogere laadvermogens en complexere koppelingen tussen rittenplanning, laadplanning, het Energie Management Systeem en de laadinfrastructuur.
Dit vraagt om langere duurtesten en meerdere verbeter- en validatierondes. De voortgang en resterende testduur worden daarom actief gemonitord, met als uitgangspunt dat de pilots binnen de huidige projectperiode worden afgerond.
Perspectief voor toepassing
De resultaten zijn bedoeld voor brede toepassing bij logistieke bedrijven, mainports en bedrijventerreinen. De ervaringen uit de pilots en de analyses van TNO worden vertaald naar een bredere investerings- en ontwikkelstrategie voor de betrokken mainports. Daarbij wordt gekeken welke combinatie van laadinfrastructuur, beschikbare netcapaciteit, lokale opwek, batterijopslag en slimme aansturing nodig is om de overgang naar elektrisch zwaar transport op grotere schaal mogelijk te maken.
Een belangrijk onderdeel daarvan is de ontwikkeling van slimme energieaansturing met een Energie Management Systeem over de gehele logistieke keten. Door rittenplanning, laadplanning, lokale energieopwek, batterijopslag en de beschikbare netcapaciteit met elkaar te verbinden, kan de energievraag beter worden voorspeld, gespreid en afgestemd tussen meerdere locaties en partijen.
Bijdrage aan de doelstellingen van de regeling
ZEC ontvangt subsidie vanuit DEI+ en cofinanciering uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling via Kansen voor West III. DEI+ ondersteunt het testen van nieuwe energie- en klimaatoplossingen in de praktijk. Kansen voor West ondersteunt innovatie, regionale samenwerking en economische en maatschappelijke impact in West-Nederland. ZEC draagt hieraan bij door laad- en energiesystemen in echte logistieke situaties te testen, kennis tussen bedrijven en kennisinstellingen te delen en de resultaten breed beschikbaar te maken.
Spin-off binnen en buiten de sector
Plan Herstructurering Bedrijventerreinen gebruikt de Laadscan en het Dashboard Bedrijventerreinen inmiddels in sessies en webinars met bedrijven en energiemanagers. Bredere toerpassing via de aangesloten regionale en landelijke netwerken wordt momenteel verkend. Hierdoor kunnen ook andere transporteurs, bedrijventerreinen, energiemanagers en gebiedsorganisaties de ontwikkelde aanpak gebruiken bij het voorbereiden van investeringsbesluiten en de inrichting van toekomstige laad- en energiesystemen.
De afstemming met de netbeheerder gedurende de projectuitvoering is nu al zeer waardevol gebleken. De analyses en praktijkgegevens uit het project geven een beter beeld van de toekomstige energievraag vanuit elektrisch zwaar transport, de locaties waar deze vraag ontstaat, de verwachte fasering van de transitie en de mogelijkheden om piekbelasting door slimme aansturing te beperken. Deze inzichten ondersteunen zowel de voorbereiding van toekomstige netinvesteringen als de ontwikkeling van flexibele oplossingen binnen de bestaande netcapaciteit.
Daardoor worden de lessen uit het project al tijdens de looptijd buiten de oorspronkelijke pilotlocaties toegepast. De aanpak is ook relevant voor andere sectoren met grote elektriciteitsvragen en beperkte netcapaciteit, zoals industrie, bouw en vastgoed.
Openbare publicaties en informatie
Openbare informatie, praktijkervaringen en hulpmiddelen worden gedeeld via de websites en communicatiekanalen van de projectpartners, bijeenkomsten, webinars en landelijke netwerken voor bedrijventerreinen. Naarmate de duurtesten vorderen, worden aanvullende handleidingen en praktijkresultaten gepubliceerd. Informatie kan worden opgevraagd via de onderstaande contactpersoon.
Contactpersoon: Rob Koppejan, projectmanager, r.koppejan@RKI-Solutions.com
Subsidievermelding
Het project is uitgevoerd met Topsector Energie subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, uitgevoerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Het project wordt daarnaast medegefinancierd door de Europese Unie via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en Kansen voor West III.
